Machala bezoekt Weert


 

De ankerplaats omvat een zo goed als ongeschonden, 13de-eeuws Scheldelandschap met een sterk gesloten karakter. Centraal loopt van noord naar zuid de Oude Schelde als dominant structurerend element. Langs de zuidgrens van deze oude Scheldearm ligt het kasteel van Marnix van Sint-Aldegonde met bijhorend gaaf domein en ’t Graafschap (toponiem van het deel van het domein ten zuiden van het kasteel en de eendenkooi, dat gelegen is in de kromming van de Oude Schelde en gekenmerkt wordt door een rastervormig dreven- en afwateringspatroon).

De site van het kasteel van Marnix van Sint-Aldegonde gaat waarschijnlijk terug tot de Romeinse periode. De eerste echte bewijzen van vestiging op deze plaats dateren uit de Frankische tijd. Literaire bronnen spreken in de middeleeuwen (9de en 10de eeuw) van een feodale burcht dat eind 16de eeuw door Pedro Coloma werd aangekocht en verbouwd tot een lusthof in renaissancestijl. Het huidige kasteelgebouw zelf - met dubbele omgrachting - werd in neogotische stijl gebouwd in de periode 1890-1894. Het betreft een massief aandoend bouwwerk met een verticaal accent en asymmetrisch, U-vormig ingeplante vleugels. De grote toren op de samenkomst van midden-en noordvleugel werkt als een as waarrond het hele gebouw zich ruimtelijk articuleert. De toegangsbrug dateert van 1895. De gegroepeerde bijgebouwen bestaan uit paardenstallen, zadelmakerslokaal, conciërgewoning, hovenierswoning en schrijnwerkerij.

Van uitzonderlijke waarde is de eendenkooi op de Oude Schelde, die reeds werd vermeld in 1318, maar waarvan de huidige inrichting teruggaat tot de 16de eeuw. Het is de enige eendenkooi in Vlaanderen die nog in gebruik is (als ringplaats).

Eveneens vermeldenswaardig is het sas op de Oude Schelde-arm, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1592. In de geschiedenis van Bornem speelt het sas een cruciale rol omdat het, door de toegang van de Oude Schelde-arm voor Scheepvaart mogelijk te maken, heeft bijgedragen tot de welvaart van Bornem. Het is het best bewaarde mechanische sluis in België en had oorspronkelijk een drieledige functie: het versluizen van schepen, de waterscheiding en de afwatering. Door het aanleggen van een vaart konden de schepen tot in de Rijkenhoek geraken.

De kasteelgronden omvatten vooral bossen op vochtige bodems (deels historisch stabiel) en enkele weilanden. Het geheel wordt doorsneden door een dicht patroon van dreven en grachten. Ten noorden van de Oude Schelde heeft men een afwisseling van weilanden en populieraanplanten, gekenmerkt door talrijke vijvers. Het noordelijke deel van de ankerplaats heeft een open karakter, terwijl men ten zuiden en westen van het kasteel een gesloten compartimentenlandschap aantreft, waar de lange, rechte dreven en grachten mooie zichten doen ontstaan. Deze afwisseling van vegetatietypes en landschapsstructuren resulteert in een gebied met een aanzienlijke esthetische waarde. Dankzij een afwisseling van geomorfologie en bodemgesteldheid, alsook ten gevolge van een lange geschiedenis met talrijke natuurlijke en antropogene invloeden, omvat deze ankerplaats een grote verscheidenheid aan landschappelijke structuren. Zo herkennen we moerassen, bossen, struwelen, wielen, dreven, grachten, putten, grienden, en dergelijke. Al deze structuren worden gekenmerkt door een typische vegetatie. Als geheel herbergt dit gebied dan ook een zeer gevarieerde en rijke flora. In het bijzonder gaat het om een kwetsbare, soms zeldzame flora die gebonden is aan zuiver water of aan vochtige, relatief voedselarme tot matig voedselrijke bodems. Daarnaast biedt het uitstekende mogelijkheden voor de avifauna als broed-, pleister-, roest- en slaapplaats of als overwinteringsgebied.

Langs de Oude Schelde vallen de hoge dichtheid aan 'vissershutjes' met soms sterk vertuinde zones en de verspreid voorkomende atypische bebouwing op. Naast het kasteel en het sas bevat het gebied nog, verspreid voorkomend, bouwkundig erfgoed. Vooreerst komen twee kapellen voor. In Luipegem: de kapel van Luipegem of ’t Scheef kapelleke van 1613, en op de hoek Sas – Dijkstraat, de Heilige Theresiakapel van 1935. Typisch in de ankerplaats is de verspreide kleinschalige bebouwing uit tweede helft 19de en begin 20ste eeuw. Hieronder vallen onder meer de oude, maar meestal aangepaste woningen en polderhuisjes in de Dijkstraat (oorspronkelijk bewoond door wissenvlechters) en de Binnendijkstraat, woonstalhuisjes in de Binnendijkstraat en breedhuisjes aan de Binnendijkstraat. In de Dijkstraat bevindt zich eveneens de Gloriëtte, een U-vormig ingeplante pachthoeve met losstaande bestanddelen, opklimmend tot begin 19de eeuw. De als zomerverblijf opgerichte bovenbouw uit 1905 ziet uit over de Schelde. In omgeving van het Sas behoren het Sashuis en de woning nummer 2 tot het bouwkundig erfgoed. De hele ankerplaats wordt doorkruist door oude dijken en wegstructuren. De meest sprekende zijn de Binnendijkstraat, Appeldijkstraat, Sas en Temsesteenweg. Maar ook een aantal dreven in het grafelijk domein ten zuiden van het kasteel staan op oude dijken.

Bron: inventaris.onroerenderfgoed.be